25 termen over spraak en taal die elke ouder zou moeten kennen

Of we nu praten met leerkrachten, het consultatiebureau of logopedisten, er is veel nieuwe informatie voor ouders om te verwerken en te begrijpen. Daarom leek het ons handig om het een en ander op een rijtje te zetten...

Spraak- en taaltermen voor ouders van peuters

Of we nu praten met leerkrachten, het consultatiebureau of logopedisten, er is een hoop nieuwe informatie voor ouders om te verwerken en te begrijpen. Daarom leek het ons handig om een aantal veelgebruikte termen op het gebied van spraak en taal op een rijtje te zetten, zodat je een beter beeld krijgt van wat het allemaal betekent!

Dé app om spraak te leren voor kinderen

Speech Blubs is een taaltherapie-app met een enorme bibliotheek van meer dan 1.500 activiteiten, gezichtsfilters, spraakgestuurde oefeningen en educatieve bonusvideo's. Start vandaag nog je gratis proefperiode en zie je kleintje meteen leren!

Hieronder vind je de belangrijkste termen om je logopedist of kinderarts beter te begrijpen, dus laten we beginnen!

Dad_Reading_Final_Answer_Illustration

Spraak

Als professionals het hebben over 'spraak', bedoelen ze de klanken die we maken wanneer we woorden uitspreken.

Bijvoorbeeld: het woord 'kat' bestaat uit drie klanken: de 'k', de 'a' en de 't' – twee medeklinkers en één klinker.

Sommige kinderen vinden het lastig om deze klanken te horen, te leren en te maken wanneer ze praten, waardoor ze moeilijk verstaanbaar zijn. Een kind dat een spraakfoutje maakt, zegt misschien 'tat' in plaats van 'kat', of 'vis' in plaats van 'visje'.

Alle kinderen maken wel eens spraakfoutjes tijdens hun ontwikkeling. Het leren van spraakklanken is een geleidelijk proces dat meestal begint rond de 6 maanden wanneer ze gaan brabbelen, tot een jaar of 6.

Veel van de foutjes die we horen, kunnen heel 'typisch' of normaal zijn voor de leeftijd van het kind.

Bijvoorbeeld: het is heel normaal dat een kind van 1 jaar moeite heeft met een woord als 'auto', dat een kind van 2 jaar moeite heeft met de 'r', of een 4-jarige met een woord als 'paraplu'.

Sommige kinderen hebben meer tijd en hulp nodig om hun spraakklanken te ontwikkelen en kunnen wel wat extra ondersteuning gebruiken. Je kunt beginnen met de Speech Blubs-screening, want die geeft je inzicht in de huidige klankontwikkeling van je kind en laat zien of het verstandig is om contact op te nemen met een logopedist bij jou in de buurt. Ook vind je in de app geweldige activiteiten om de vroege klanken op een leuke en interactieve manier te leren en te oefenen.

Taal

'Taal' verwijst naar de woorden die we horen en zeggen. Dit omvat onze hele woordenschat, zoals zelfstandige naamwoorden, werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden.

Taal is opgedeeld in twee delen: ons taalbegrip (receptieve taal) en ons taalgebruik (expressieve taal).

De leeftijd waarop kinderen hun receptieve en expressieve taal ontwikkelen verschilt per kind, en er is een brede marge van wat 'normaal' is. Kinderen kunnen moeite hebben met een van beide gebieden of met allebei. Maak je je zorgen, doe dan de Speech Blubs-screening en neem contact op met je consultatiebureau of een logopedist.

De Speech Blubs-app staat vol met taaloefeningen en materialen die je kunt ontdekken en inzetten om de ontwikkeling van je kind op dit gebied te stimuleren.

Taalbegrip

Onze kinderen moeten de woorden die we zeggen niet alleen horen, maar er ook betekenis aan geven, de woordenschat begrijpen, horen hoe woorden samenhangen en snappen wat de spreker probeert over te brengen.

Rond de eerste verjaardag verwachten we dat een kind een eenvoudige opdracht van één woord kan opvolgen, rond twee jaar een opdracht uit twee delen, en rond drie jaar een opdracht met drie stappen. Rond 4 jaar verwachten we dat ze verhaaltjes en complexere taal, zoals bijvoeglijke naamwoorden en begrippen, begrijpen.

Een kind dat moeite heeft met taalbegrip kan instructies lastig vinden om op te volgen, lijkt soms niet te luisteren en maakt fouten wanneer je iets van hem of haar vraagt.

Taalgebruik

Zodra een kind een woord begrijpt, leert het dit woord zelf te gebruiken: om dingen te vragen, af te wijzen of om ergens commentaar op te geven.

Met één jaar hebben ze meestal een handvol woorden, met twee jaar rond de 50 woorden, en rond drie jaar beginnen ze vaak korte zinnetjes te maken. Rond vier jaar verwachten we dat ze meestal in zinnen praten en dat ook vreemden begrijpen wat ze zeggen.

Een kind dat moeite heeft met expressieve taal vindt het misschien lastig om op woorden te komen, heeft een beperkte woordenschat voor zijn of haar leeftijd of zet woorden in de verkeerde volgorde.

Sociale vaardigheden

Sociale vaardigheden zijn meer dan alleen 'hallo', 'dag' en 'dank je wel' zeggen. Om de beurt praten, emoties benoemen en herkennen, letterlijk versus figuurlijk taalgebruik, sociale omgangstaal, onderhandelen, stemvolume, spreektempo en het lezen van gezichts- en lichaamsuitdrukkingen zijn slechts enkele van de vele elementen waaruit sociale vaardigheden bestaan.

Kinderen ontwikkelen deze vaardigheden in de loop van de tijd, vaak vanuit hun eigen ervaringen. Bij de een gaat dit natuurlijker dan bij de ander. Een baby leert in de eerste 12 maanden vaak oogcontact te maken, te glimlachen, te reageren op de eigen naam en bekenden te herkennen. Tot de leeftijd van twee jaar beginnen ze hun eigen emoties te ontdekken en beseffen ze dat ze een eigen, zelfstandig persoontje zijn. Vanaf hun derde jaar ontwikkelen ze meer besef van de emoties van anderen en kunnen ze om de beurt spelen of praten. Rond vier jaar beginnen ze hun eigen emoties te herkennen, te begrijpen en er meer controle over te krijgen.

Sociale vaardigheden vormen een complex onderdeel van de ontwikkeling van een kind, en kinderen verschillen (net als volwassenen) enorm in hun emotionele en sociale behoeften en voorkeuren. Veel kinderen hebben moeite met sociale vaardigheden zoals emoties reguleren, op hun beurt wachten en delen. Toch is het goed om het in de gaten te houden en te overleggen met het consultatiebureau of een logopedist als je je zorgen maakt.

Asset-4

Andere veelgebruikte termen

Modelling – het voordoen van taal, zodat je kind kan luisteren, het kan onthouden en het uiteindelijk kan nadoen.

Dysfagie – een term die slik- of eet- en drinkproblemen beschrijft.

Generalisatie – wanneer een vaardigheid die is geleerd tijdens een therapeutische activiteit wordt toegepast in het dagelijks leven. Je kind leert bijvoorbeeld 'kat' in de Speech Blubs-app. Van generalisatie is sprake als het kind vervolgens ook 'kat' zegt wanneer het er in het echt eentje ziet.

Intonatie – het stijgen en dalen van de toonhoogte tijdens het spreken (hoger of lager praten).

Semantiek – de betekenis van taal en woorden.

Auditief geheugen – het vermogen van het brein om te onthouden wat het zojuist heeft gehoord. Dit kunnen woorden, klanken, cijfers, enzovoort zijn.

Fonemisch bewustzijn – het vermogen om te luisteren naar, na te denken over en het opdelen van klanken binnen een gesproken woord, zoals het opdelen van 'telefoon' in t-e-l-e-f-oo-n.

Articulatie – de beweging van de spraakorganen om spraakklanken te vormen: de lippen, tong, kaak en het gehemelte.

Gehemelte – het zachte en harde gehemelte vormt het 'dak' van je mond.

Grammatica – de regels van de taal over hoe woorden samengevoegd kunnen worden om zinnen te maken.

Dysfluentie – wanneer vloeiend spreken wordt onderbroken door het herhalen of verlengen van klanken, woorden of stiltes (blokkades) – ook wel bekend als stotteren of haperend spreken.

Otitis media met effusie (lijmoor) – gehoorverlies veroorzaakt door een ophoping van vocht achter het trommelvlies.

Makaton – een communicatiesysteem met gebaren en pictogrammen, gebaseerd op natuurlijke gebaren en gebarentaal.

Verbaal redeneren – het oplossen van problemen met behulp van taal en logisch nadenken.

Stem – in de logopedie verwijst dit naar de kwaliteit, toonhoogte, heesheid en het volume van iemands stem.

Directe therapie – hierbij werkt de logopedist rechtstreeks met het kind aan specifieke therapieactiviteiten gericht op een bepaald ontwikkelingsgebied. Het kind is zich ervan bewust dat er geoefend wordt.

Indirecte therapie – hierbij werkt een belangrijke volwassene (ouder, leerkracht, pedagogisch medewerker) met het kind, vaak tijdens ontspannen spelletjes en alledaagse gesprekken, gericht op de communicatieve ontwikkeling, waarbij het kind zich er minder van bewust is dat er therapie plaatsvindt.

Formeel onderzoek – een gestandaardiseerd onderzoek waarmee een logopedist een gecontroleerde test kan afnemen en de (vaak cijfermatige) resultaten kan vergelijken met een controlegroep van leeftijdsgenootjes.

Informeel onderzoek – een niet-gestandaardiseerde observatie of test door een logopedist, leerkracht of ouder om vaardigheden in kaart te brengen via dagelijkse activiteiten of spel.

Woordenschat – alle woorden die een persoon kent en begrijpt.

Terug naar alle artikelen