Epilepsie en taalontwikkeling
Een aandoening waar veel onderzoek naar is gedaan, is epilepsie. Uit onderzoeken is gebleken dat epilepsie inderdaad invloed heeft op spraak en taal, maar de mate waarin verschilt per type,...
Een aandoening waar veel onderzoek naar is gedaan, is epilepsie. Uit onderzoeken is gebleken dat epilepsie inderdaad invloed heeft op spraak en taal, maar de mate waarin verschilt per type, de ernst en de oorzaak van de epilepsie.
Hoe beïnvloedt epilepsie de taalontwikkeling?
Wanneer epilepsie al op jonge leeftijd ontstaat, wordt de normale ontwikkeling van de hersenen verstoord en verloopt deze anders dan gebruikelijk. Deze kinderen ervaren vaak moeite met het leren en onthouden van spraak en taal vergeleken met hoe kinderen zich normaal gesproken ontwikkelen.
Dit komt vaker voor bij partiële epilepsie die ontstaat in de linkerhersenhelft. De linkerhersenhelft is verantwoordelijk voor de taalontwikkeling. Als er problemen ontstaan in deze gebieden, zien we doorgaans achterstanden in expressieve (gesproken taal) en receptieve taalvaardigheden (wat een kind begrijpt bij het luisteren of lezen). In veel van deze gevallen praten kinderen minder en lijken ze "stiller" dan normaal is voor hun leeftijd. Deze verstoring kan uiteindelijk ook invloed hebben op het lezen en schrijven, omdat ze moeite hebben om woorden te verklanken of van papier te lezen.
https://www.youtube.com/watch?v=MBfJozL7qHM
Wat is epilepsie?
Veel vormen van gegeneraliseerde epilepsie hebben een niet-specifiek effect op verschillende functies, waaronder die met betrekking tot taal. Maar andere vormen van epilepsie veroorzaken heel duidelijke patronen van taalstoornissen. Een van de problemen die kan optreden, heet afasie. Afasie is een verworven taalstoornis of stoornis in de symboolverwerking. Dit betekent dat iemand met de diagnose afasie het vermogen verliest om spraak te begrijpen of zich verbaal te uiten. Er zijn veel specifieke soorten afasie, ingedeeld naar het type functie dat verloren is gegaan. Bij iemand met de diagnose afasie wordt ervan uitgegaan dat de taalontwikkeling vóór het ontstaan van de aandoening normaal verliep. Hoewel afasie vooral voorkomt bij volwassenen die een beroerte hebben gehad, wordt het ook gezien bij kinderen die epileptische aanvallen hebben.
Sommige mensen met partiële vormen van epilepsie geven aan moeite te hebben met het begrijpen van taal, maar deze symptomen worden bijna altijd verkeerd geïnterpreteerd. Kinderen van wie bijvoorbeeld gezegd wordt dat ze dingen niet begrijpen, krijgen soms ten onrechte het label aandachtsstoornis, omdat men aanneemt dat ze gewoon niet opletten en het daardoor niet begrijpen.
Een verminderde aandachtsspanne of geheugenproblemen zijn ook klachten die kunnen voortvloeien uit een epilepsiediagnose. Je begrijpt dus wel dat kinderen bij lichte epileptische aanvallen vaak een verkeerde diagnose krijgen! Deze kenmerken passen namelijk bij heel veel verschillende diagnoses en daarom is het zo belangrijk om alle bijzonderheden die je opmerkt met je arts te bespreken.
Signalen van lichte aanvallen
We kennen allemaal de herkenbare tekenen van een matige of zware epileptische aanval, omdat die meestal gepaard gaan met stuiptrekkingen. Er zijn echter ook lichte aanvallen zonder duidelijke symptomen. Deze kunnen onder meer bestaan uit:
- Tijdelijke verwardheid
- Even afwezig voor zich uit staren
- Onbeheersbare schokkende bewegingen van de armen en benen
- Verlies van bewustzijn of besef
- Cognitieve of emotionele symptomen, zoals angst, paniek of een déjà vu-gevoel
Artsen kunnen epilepsie indelen als focaal of gegeneraliseerd, afhankelijk van de symptomen en de ernst. Focale aanvallen ontstaan door abnormale elektrische activiteit in één specifiek deel van de hersenen. Focale aanvallen kunnen voorkomen met of zonder verlies van bewustzijn:
- Focale aanvallen met verminderd bewustzijn. Bij deze aanvallen is er sprake van een verandering in of verlies van het bewustzijn. Je kind kan voor zich uit staren, niet normaal reageren op de omgeving of herhalende bewegingen maken, zoals in de handen wrijven, smakken, slikken of rondjes lopen.
- Focale aanvallen zonder bewustzijnsverlies. Deze aanvallen kunnen emoties beïnvloeden of veranderen hoe dingen eruitzien, ruiken, voelen, smaken of klinken, maar je verliest het bewustzijn niet. Deze aanvallen kunnen ook leiden tot het onwillekeurig schokken van een lichaamsdeel, zoals een arm of been, en spontane zintuiglijke gewaarwordingen zoals tintelingen, duizeligheid en lichtflitsen.
Symptomen van focale aanvallen kunnen soms worden verward met andere neurologische aandoeningen, zoals migraine, narcolepsie of psychische aandoeningen.
Gegeneraliseerde aanvallen zijn aanvallen waarbij alle delen van de hersenen lijken te zijn betrokken. Verschillende soorten gegeneraliseerde aanvallen zijn:
- Absences. Absences, voorheen ook wel petit-mal-aanvallen genoemd, komen vaak voor bij kinderen en kenmerken zich door voor zich uit staren of subtiele lichaamsbewegingen, zoals knipperen met de ogen of smakken met de lippen. Deze aanvallen kunnen in clusters optreden (meerdere aanvallen kort achter elkaar) en zorgen voor een kortdurend verlies van het bewustzijn.
- Tonische aanvallen. Tonische aanvallen veroorzaken het verstijven van de spieren. Deze aanvallen treffen meestal de spieren in de rug, armen en benen en kunnen ervoor zorgen dat je op de grond valt.
- Atonische aanvallen. Atonische aanvallen, ook wel 'drop attacks' of valaanvallen genoemd, veroorzaken een plotseling verlies van spiercontrole, waardoor je plotseling in elkaar zakt of neervalt.
- Clonische aanvallen. Clonische aanvallen gaan gepaard met herhaalde of ritmische, schokkende spierbewegingen. Deze aanvallen treffen meestal de nek, het gezicht en de armen.
- Myoclonische aanvallen. Myoclonische aanvallen uiten zich meestal als plotselinge, korte schokjes of trekkingen in de armen en benen.
- Tonisch-clonische aanvallen. Tonisch-clonische aanvallen, voorheen bekend als grand-mal-aanvallen, zijn de meest ingrijpende vorm van epileptische aanvallen en kunnen plotseling bewustzijnsverlies veroorzaken, evenals het verstijven en schokken van het lichaam, en soms urineverlies of het bijten op de tong.
Het is belangrijk dat je kind wordt onderzocht door een neuroloog als het een van de bovenstaande symptomen vertoont, om vast te stellen of er sprake is van epileptische aanvallen. Zodra de diagnose is gesteld, kunnen aanvallen vaak goed worden behandeld met medicatie of aanpassingen in het dieet.
Door Stacie Bennett