Signalen dat je kind een laatpraatter is

In dit artikel Spraak- en taalmijlpalen van je baby Twijfel je? Praat met je kinderarts Wat onderzoek heeft aangetoond over spraak- en taalachterstand . . . Vroege interventie is essentieel Wat...

Laatpraters en spraakachterstand

In dit artikel

  • Spraak- en taalmijlpalen van je baby
  • Twijfel je? Praat met je kinderarts
  • Wat onderzoek heeft aangetoond over spraak- en taalachterstand . . .
  • Vroege interventie is essentieel
  • Wat kun je doen om te helpen?

Er zijn verschillende ontwikkelingsnormen waar naar wordt gekeken bij de spraak- en taalontwikkeling. Deze mijlpalen horen tijdens de vaste controles bij de kinderarts met je besproken te worden.

Raak alsjeblieft niet in paniek als je deze blog begint te lezen. Hoewel we naar bepaalde punten kijken voordat we vaststellen of een kind een taal- of spraakachterstand heeft, is het belangrijk om te onthouden dat elk kind zich in zijn eigen tempo ontwikkelt.

https://www.youtube.com/watch?v=176mWySZ8U4

Ook factoren zoals geslacht spelen een rol (jongens ontwikkelen hun spraak langzamer dan meisjes). Ik deel de spraakmijlpalen op in blokken van 3 tot 6 maanden, in lijn met hoe vaak je doorgaans bij de kinderarts komt. Nogmaals: je kind kan al deze dingen laten zien, of slechts een paar van deze stappen tegelijk.

Heb je al een afspraak bij je huisarts gepland? Lees dan over 25 spraak- en taaltermen die je moet kennen om beter te begrijpen wat je arts of logopedist met je wil bespreken. En zoek je een hulpmiddel om de spraakontwikkeling van je kind een boost te geven? Gebruik dan de Speech Blubs-app!

Spraak- en taalmijlpalen van je baby

(Gebaseerd op How Does Your Child Hear and Talk?, met dank aan de American Speech–Language–Hearing Association.)

Aan het einde van de 3e maand

Lacht als je verschijnt
Maakt koerende geluidjes
Wordt stil of lacht als je tegen hem of haar praat
Lijkt je stem te herkennen
Huilt anders bij verschillende behoeften

Aan het einde van de 6e maand

Maakt gorgelende geluidjes tijdens het spelen of als hij of zij alleen is
Brabbelt en maakt allerlei klanken
Gebruikt zijn of haar stem om blijdschap of ongenoegen te laten zien
Kijkt in de richting van geluiden
Reageert op veranderingen in je stem of toon
Merkt speelgoed op dat geluid maakt
Let op muziek

Aan het einde van de 12e maand

Probeert spraakklanken na te doen
Zegt een paar woordjes zoals ‘mama’, ‘papa’ of ‘oei’
Begrijpt eenvoudige opdrachtjes zoals ‘kom eens hier’
Herkent woorden voor alledaagse voorwerpen, zoals ‘schoen’
Draait zich om en kijkt in de richting van geluiden

Aan het einde van de 18e maand

Herkent de namen van alledaagse voorwerpen, mensen en lichaamsdelen
Volgt eenvoudige opdrachtjes met gebaren op
Zegt ongeveer 10 woorden

Aan het einde van de 24e maand

Gebruikt eenvoudige zinnetjes, zoals ‘meer melk’
Stelt vragen van 1 of 2 woorden, zoals ‘dag zeggen?’
Volgt eenvoudige opdrachten op en beantwoordt eenvoudige vragen
Zegt ongeveer 50 woorden (of meer)
Praat duidelijk genoeg om minstens 50% van de tijd begrepen te worden door jou of andere vaste verzorgers

2-3 jaar

Heeft voor bijna alles een woord
Gebruikt zinnetjes van 2-3 woorden om iets te vragen
Gebruikt de klanken /k, g, t, d, f/
Praat zo dat familie en vrienden het begrijpen
Benoemt voorwerpen om erom te vragen of er de aandacht op te vestigen

3-4 jaar

Hoort je als je vanuit een andere kamer roept
Beantwoordt eenvoudige ‘wie’-, ‘wat’-, ‘waar’- en ‘wanneer’-vragen
Vertelt over wat hij of zij heeft gedaan op de opvang, thuis of op de peuterspeelzaal
Gebruikt zinnen van drie of vier woorden
Praat vloeiend, zonder lettergrepen of woorden te herhalen

4-5 jaar

Gebruikt zinnen met veel details
Vertelt verhalen die bij het onderwerp blijven
Gebruikt rijmwoorden
Communiceert makkelijk met kinderen en volwassenen
Spreekt de meeste klanken goed uit, behalve /s, l, r, v, sj, g en ch/
Benoemt een aantal letters en cijfers

Twijfel je? Praat met je kinderarts

Heeft je kind de meeste van deze vaardigheden nog niet ontwikkeld op de genoemde leeftijden? Dan is het belangrijk dat je met je kinderarts praat. Die verwijst je waarschijnlijk door naar een logopedist of een audioloog (gehoorspecialist) om problemen uit te sluiten die de taalachterstand kunnen veroorzaken. Bij een specialist kan je kind de diagnose ‘spraakachterstand’ of ‘taalachterstand’ krijgen.

Deze diagnoses worden gesteld als er GEEN ANDERE STOORNIS bij je kind aanwezig is, zoals een autismespectrumstoornis, aandachtstekort, downsyndroom enzovoort.

Doe een gratis Speech Blubs-screening voor een algemeen overzicht van de spraakmijlpalen van je kind!

Wat onderzoek heeft aangetoond over spraak- en taalachterstand . . .

. . . is dat kinderen met een spraak- of taalachterstand hun leeftijdsgenootjes rond hun 5e jaar inhalen, als de achterstand vroeg wordt vastgesteld en ze zo snel mogelijk de juiste begeleiding krijgen.

Naar verluidt haalt zo’n 50% tot 70% van de laatpraters hun leeftijdsgenootjes in en laat tegen het einde van de kleuterleeftijd en op schoolleeftijd een normale taalontwikkeling zien (Dale, Price, Bishop, & Plomin, 2003; Paul, Hernandez, Taylor, & Johnson, 1996).

In het begin is het moeilijk om laatpraters te onderscheiden van laatbloeiers, omdat dat onderscheid pas achteraf te maken is. Toch zijn er onderzoeken die suggereren dat laatbloeiers meer communicatieve gebaren gebruiken dan even oude laatpraters die achter bleven lopen (Thal & Tobias, 1992; Thal, Tobias, & Morrison, 1991). Zo compenseren ze hun beperkte actieve woordenschat.

Vroege interventie is essentieel

Laatpraters lopen mogelijk risico op problemen met taal en/of geletterdheid (lezen en/of schrijven) naarmate ze ouder worden. Die kans is groter als het kind niet de juiste begeleiding en ondersteuning krijgt.

Onderzoek heeft aangetoond dat een vastgestelde spraak- en taalachterstand ook een vroeg of bijkomend signaal kan zijn van stoornissen zoals: een taalontwikkelingsstoornis, een sociale communicatiestoornis, een autismespectrumstoornis, een leerstoornis, ADHD, een verstandelijke beperking of andere ontwikkelingsstoornissen.

Om een juiste diagnose te stellen, is het cruciaal om de algehele ontwikkeling van een kind te volgen op gebieden zoals (onder meer) cognitie, communicatie, zintuigen en motoriek (ASHA 2018).

Family Sticker

Wat kun je doen om te helpen?

Ondertussen kun je thuis een aantal dingen doen om je kind te helpen taal te leren. Bijvoorbeeld:

  1. Lees elke dag minstens 5 minuten voor aan je kind. Begin hiermee als je kind ongeveer 6-8 maanden is en zijn aandacht lang genoeg bij het boek kan houden.
  2. Vertel hardop wat je de hele dag doet. Vertel je kind in eenvoudige, makkelijke taal waar je mee bezig bent. Ben je aan het koken? Zeg dan bijvoorbeeld: ‘Mama roert in de soep’ of ‘Ik heb de melk gepakt.’
  3. Geef het goede voorbeeld en doe geen ‘babytaal’ na. Je kind leert taal door naar jou te kijken en te luisteren. Zorg er dus voor dat je, als je je kind nadoet, ook het juiste woord geeft. Een voorbeeld: je kind zegt ‘fe-fe’ voor flesje. Zeg dan: ‘Ja, je wilt je flesje’ en niet: ‘Je wilt je fe-fe.’
  4. Houd een dagboek bij van de spraakmijlpalen van je baby. Zo blijf je op de hoogte van veranderingen. Ook kun je dan uitgebreid met je kinderarts praten over eventuele vragen over de ontwikkeling.
  5. Probeer Speech Blubs. De app biedt je een leuke, leerzame manier om samen met je kleintje woordjes te herhalen!

Mijn dochter is bijna 2 en begon een paar maanden geleden met Speech Blubs te spelen. Ik kan zeggen dat ze nu best veel woorden kent, zo’n 250-300. Het alfabet, tellen, vormen, kleuren, basiswoorden (mama, papa, oma, enz.), woorden uit liedjes die ze zingt, woorden voor voorwerpen die ze om zich heen ziet, dieren, dierengeluiden, woorden voor eten en drinken, figuren die ze op tv of in boekjes ziet, en nog veel meer. Soms besef je pas hoeveel woorden ze eigenlijk kennen als je er echt op gaat letten.

Shannon, IG

Houd Speech Blubs in de gaten voor een volgende blog over hoe je thuis een taalrijke omgeving creëert, en neem contact met ons op als je nog vragen of zorgen hebt!

Terug naar alle artikelen