Tips om beter te communiceren met een kind dat een mondkapje draagt
In dit artikel Welke invloed kunnen mondkapjes hebben op de spraak, taal en het gehoor van kinderen? Gehoorproblemen Stemstoornissen en mondkapjes voor kinderen Taalstoornissen Spraakstoornissen
In dit artikel
- Welke invloed kunnen mondkapjes hebben op de spraak, taal en het gehoor van kinderen?
- Gehoorproblemen
- Stemstoornissen en mondkapjes voor kinderen
- Taalstoornissen
- Spraakstoornissen
Als logopedist weet ik welke invloed het dragen van een mondkapje kan hebben op communicatie. Toch vind ik het dragen van stoffen mondkapjes absoluut noodzakelijk om levens te helpen redden. Het is belangrijk dat we maatregelen nemen, zoals mondkapjes voor kinderen, en tegelijk de communicatie ondersteunen, zodat ons gezin veilig blijft.
In deze blog geef ik ouders handvatten om beter te communiceren terwijl ze een mondkapje dragen, en meer specifiek: hoe je communiceert met een mondkapje op. Om je communicatievaardigheden te verbeteren en effectief te communiceren, geef ik je de volgende oplossingen.
Welke invloed kunnen mondkapjes hebben op de spraak, taal en het gehoor van kinderen?
Gehoorproblemen

Op sociale media is veel informatie verschenen over hoe mondkapjes het voor mensen met een gehoorbeperking moeilijk maken om te horen. Een mondkapje dempt namelijk het geluid van de spreker en maakt liplezen en het zien van gezichtsuitdrukkingen onmogelijk. De volgende aanpassingen kunnen kinderen met gehoorverlies helpen, zowel thuis als op school.
Zo kun je een kind met een gehoorbeperking helpen:
- Gebruik op school FM-systemen met microfoons die worden doorgegeven, zodat kinderen niet alleen de leerkracht horen, maar ook wat klasgenoten zeggen.
- Krijgt je kind afstandsonderwijs? Zorg dan dat je thuis het FM-systeem hebt met de juiste computerkabels, zodat je kind de lessen op afstand goed kan volgen.
- Laat onderzoeken welk mondkapje je kind het beste kan verstaan, zodat duidelijk wordt hoe goed het geluid doorkomt bij verschillende soorten mondkapjes (bijvoorbeeld stof of doorzichtig).
- Leerkrachten en ander personeel kunnen het beste doorzichtige mondkapjes dragen, zodat je kind beter kan liplezen en gezichtsuitdrukkingen kan zien. Gebruik een anti-condensmiddel, zodat de mondkapjes niet beslaan en de mond van de spreker zichtbaar blijft.
- Vraag of er in de klas wordt gecontroleerd of je kind alles begrijpt, en of dingen herhaald en verduidelijkt kunnen worden.
- Moedig je kind aan om voor zichzelf op te komen door te vragen of iets herhaald of verduidelijkt kan worden.
- Kijk je kind aan als je praat, zeker als je een mondkapje op hebt.
- Praat langzamer en iets luider om het mondkapje te compenseren, en spreek de klanken in woorden duidelijk uit, zodat je beter te verstaan bent.
Stemstoornissen en mondkapjes voor kinderen

Kinderen met een stemstoornis hebben meestal een afwijking in de bouw van de stemplooien (bijvoorbeeld stembandknobbeltjes, poliepen of een ontsteking), waardoor hun stem ruw en/of hees klinkt. Kinderen met een stemstoornis hebben mij verteld dat ze, als ze een mondkapje dragen, het gevoel hebben dat ze harder moeten praten om gehoord te worden.
Daarom gaan deze kinderen harder praten en forceren ze hun stem. Wanneer ze hun stem verheffen, kunnen ze de werking van hun stembanden nog verder belasten. Mijn zorg is dat het dragen van mondkapjes stemproblemen kan verergeren bij alle kinderen en/of volwassenen die hun stem verkeerd gebruiken om het mondkapje te compenseren. De volgende aanpassingen zijn nuttig, zowel thuis als op school.
Zo kun je een kind met een stemstoornis helpen:
- Vraag kinderen alsjeblieft niet om harder te praten. Zoals ik al zei, kan dat juist spanning op de stembanden geven.
- Begrijp je wat je kind zegt? Herhaal het dan, zodat je kind weet dat je het gehoord hebt en het niet nog eens harder gaat proberen.
- Zorg dat kinderen genoeg water drinken. Water houdt de stembanden vochtig. Geef een waterfles mee naar school. Mogelijk moet je hier een aanpassing voor aanvragen.
- Help kinderen door het goede voorbeeld te geven wat afstand betreft als je je stem gebruikt. Loop dichter naar hen toe (op school binnen 1,8 meter) en/of leer ze om naar jou toe te komen, in plaats van hun gedachten vanaf de andere kant van de kamer met verheven stem te delen.
- Moedig kinderen aan om gebaren te gebruiken om je aandacht te trekken, in plaats van hun stem.
- Ga zo mogelijk naar een rustiger plek in de kamer of op een andere locatie om te praten.
- Zijn er meerdere kinderen in huis? Moedig dan ‘om de beurt praten’ aan, zodat ieder kind rustig en zonder onderbreking kan praten.
Taalstoornissen

Ook kinderen met een taalstoornis ondervinden hinder van mondkapjes. Kinderen die moeite hebben met het begrijpen van gesproken taal, vertrouwen vaak op gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal om de stukjes in te vullen die ze missen tijdens de les en/of in een gesprek. Taal begrijpen is voor deze kinderen al moeilijk, en met mondkapjes op kan het nog lastiger worden.
Als ze tegen deze obstakels aanlopen, kunnen sommige kinderen dichtklappen, overstuur raken of angstig worden. De volgende aanpassingen zijn nuttig, thuis en op school.
Zo kun je een kind met een taalstoornis helpen:
- Praat langzamer, leg nadruk op je woorden en las pauzes in tussen je zinnen, zodat je kind de tijd krijgt om het te begrijpen.
- Gebruik zo min mogelijk overbodige woorden.
- Moedig kinderen aan om voor zichzelf op te komen en zo nodig om herhaling en uitleg te vragen. Het is helemaal oké als je kind zegt: ‘Ik begrijp het niet.’
- Gebruik gebaren en lichaamstaal om te helpen. Wijs bijvoorbeeld aan waar je kind naartoe moet gaan, wenk je kind om naar je toe te komen en/of bedenk een gebaar voor woorden als ‘stop’ of ‘wacht’. Gebaren zijn een krachtig middel om het begrip te verbeteren.
- Maak plaatjes of checklists die kinderen kunnen volgen of die hun begrip vergroten. Maak bijvoorbeeld een ‘to-do’-lijstje met plaatjes waar kinderen op kunnen terugkijken.
- Gebruik een visueel dagschema, zodat kinderen begrijpen wat er van hen verwacht wordt.
- Gebruik een kindvriendelijke analoge klok, zoals de Bee A Time Keeper-klok, zodat kinderen het verstrijken van de tijd en de tijdsafspraken uit het visuele dagschema kunnen ‘zien en voelen’.
- Ga zo mogelijk naar een rustiger plek in de kamer om te praten.
- Laat kinderen opdrachten herhalen om zeker te weten dat ze die begrepen hebben.
- Vermijd sarcasme en grapjes, want die kunnen verwarrend zijn voor kinderen met een taalstoornis.
Spraakstoornissen

Kinderen met een vertraagde klankontwikkeling kunnen moeilijker te verstaan zijn als ze een mondkapje dragen. Als volwassenen leren we de klankfouten van kinderen te ontcijferen door te luisteren en naar hun mond en gezichtsuitdrukkingen te kijken. Een mondkapje neemt het visuele deel van de boodschap weg en kan de spraak soms ‘dempen’. Je kind kan gefrustreerd raken omdat het moeilijk is om zijn gedachten duidelijk over te brengen aan jou en aan de leerkrachten.
Daarnaast kunnen ouders en leerkrachten gefrustreerd raken omdat ze het kind niet begrijpen. Deze aanpassingen kunnen de mondelinge communicatie ondersteunen, zowel thuis als op school.
Zo kun je een kind met een spraakstoornis helpen:
- Laat je kind een doorzichtig mondkapje dragen, zodat de luisteraar beter begrijpt wat je kind zegt. Gebruik een anti-condensmiddel, zodat de mond van je kind zichtbaar blijft.
- Vraag kinderen alsjeblieft niet om harder te praten. Zoals ik eerder al zei, loopt je kind daardoor het risico een stemstoornis te ontwikkelen.
- Begrijp je wat je kind zegt? Herhaal het dan, zodat je kind weet dat je het begrepen hebt en het niet nog eens harder gaat proberen.
- Ga zo mogelijk naar een rustiger plek in de kamer of op een andere locatie om te praten.
- Geef zelf het goede voorbeeld door langzamer te praten en je eigen klanken duidelijk uit te spreken.
- Zijn er meerdere kinderen in huis? Moedig dan ‘om de beurt praten’ aan, zodat ieder kind rustig en zonder onderbreking kan praten.
- Begrijp je niet wat je kind zegt? Moedig het dan aan om het je te ‘laten zien’ of gebaren te gebruiken, zodat je het beter begrijpt.
- Stel ja/nee-vragen (bijvoorbeeld: ‘Zei je dat je iets te eten wilde?’) of meerkeuzevragen (bijvoorbeeld: ‘Wil je sap of melk?’).
- Herhaal een woord met een klankfout op de juiste manier zodra je de fout herkent (bijvoorbeeld ‘konijn’ voor ‘tonijn’).
Thuis is een mondkapje natuurlijk vaak niet nodig. Maar buitenshuis of op school helpen de bovenstaande aanpassingen om de communicatievaardigheden van je kind te ondersteunen.
De American Speech-Language Hearing Association (ASHA) heeft richtlijnen gepubliceerd over het dragen van mondkapjes.
Neem voor meer informatie contact op met de logopedist van je kind of bezoek de website van de American Speech-Language-Hearing Association.
Door Mindy Hudon