20 manieren om water te gebruiken om communicatie te stimuleren
Allereerst zijn er tal van online platforms en apps zoals Speech Blubs die een eenvoudig en voordelig startpunt bieden. Neem eens een kijkje op de website van je plaatselijke logopediepraktijk...
Allereerst zijn er tal van online platforms en apps zoals Speech Blubs die een eenvoudig en voordelig startpunt bieden. Neem eens een kijkje op de website van je plaatselijke logopediepraktijk voor hulpmiddelen en blader door de website van het Royal College of Speech and Language Therapists (RCSLT) voor wetenschappelijk onderbouwde informatie en strategieën.
Ten tweede . . . kun je gebruiken wat je al in huis hebt! Het hoeft niet ingewikkeld te zijn om effectief te zijn. Om dat te bewijzen, deel ik hieronder en in toekomstige artikelen 20 gebieden van de spraak- en taalontwikkeling die je kunt ondersteunen met eenvoudige dingen in huis. En deze keer heb je het letterlijk bij de hand: water!
1. Nieuwe woordenschat – bijv. rimpels, kraan, drijven, zinken, nat, stromen, overstromen, doorweekt, waterval
Of je nu in plassen springt, in bad zit, handen wast of een watergevecht houdt . . . er is enorm veel nieuwe en spannende woordenschat om voor te doen (modelleren) aan je kind. Introduceer de woordenschat met losse woorden, korte zinnen en langere zinnen om te laten zien wat het woord betekent en hoe je het gebruikt.
2. Werkwoorden in de tegenwoordige tijd – bijv. gieten, spetteren, sprenkelen, druppelen, afdrogen, vullen, pootjebaden, knoeien
Water is fantastisch om de ontwikkeling van werkwoorden te stimuleren, omdat je er op zoveel manieren mee kunt spelen. Doe werkwoorden zoals hierboven voor tijdens het spelen en bij dagelijkse activiteiten met water. Begin met losse woorden voordat je ze in korte zinnen gebruikt.

3. Werkwoorden in de verleden tijd – bijv. goot, spetterde, sprenkelde, drupte, vulde, baadde, knoeide
Zodra je kind deze werkwoorden in de tegenwoordige tijd goed kent, kun je ze in de verleden tijd aanbieden. Praat over wat je net hebt gedaan, eerst met losse woorden en daarna in korte zinnen. Je kunt je kind helpen begrijpen dat het werkwoord iets aangeeft wat al gebeurd is door even achterom te wijzen over je schouder wanneer je het woord zegt. Dit eenvoudige gebaar ondersteunt het begrip van 'verleden tijd'.
4. Bijvoeglijke naamwoorden – bijv. warm, koud, nat, droog, diep, ondiep, ijskoud, snel, langzaam
Met water kun je tijdens het spelen en in alledaagse routines allerlei bijvoeglijke naamwoorden laten zien. Ontdek en ervaar ze samen met je kind: vul bijvoorbeeld verschillende bekers met water van verschillende temperaturen om te voelen en te bespreken, laat bij het badderen het water langzaam weglopen om over diep en ondiep water te praten, pak de tuinslang erbij om stukjes van de tuin nat of droog te maken, of giet water uit kannen in de gootsteen om te zien hoe water snel of langzaam stroomt.
5. Voorzetsels en positiewoorden – in, uit, onder, op
Speel en oefen met positiewoorden samen met je kind tijdens het spelen met water. Een badeendje zit misschien 'op' het water, terwijl de kikker 'onder' water zit en de beer 'uit' het water is, enzovoort.
6. Klaar voor de start... af!
Doe "Klaar voor de start . . . af!" voor tijdens waterspelletjes in de tuin of in bad. Houd het water even tegen, bijvoorbeeld door de tuinslang of de kraan dicht te draaien, zeg dan "klaar . . . voor de start . . . AF!" en laat het water weer stromen. Als je het spel leuk en spannend maakt, motiveert dat je kind om zelf "af!" of "gaan!" te zeggen of aan te geven.
7. Woorden om iets te vragen – bijv. "meer" en "nog een keer"
Om de vorige activiteit een stapje moeilijker te maken, kun je "klaar voor de start, af!" vervangen door vraagwoorden zoals "meer" of "nog een keer".
8. Inhoud en hoeveelheid – vol, leeg, halfvol
Ontdek woorden die inhoud beschrijven met behulp van water en verschillende bakjes. Benoem het formaat en de inhoud van de bakjes, zoals: "de fles is halfvol", "de beker is leeg" en "de kan is te klein, hij overstroomt!" Voeg wat voedingskleurstof of glitters aan het water toe om het extra aantrekkelijk te maken.

9. Rollenspel uit het echte leven
Spelen is dé toegangspoort tot taal en communicatie. Stimuleer realistisch spel door kansen te creëren om op een functionele manier met water te spelen: maak bijvoorbeeld een eigen handenwasplekje in de tuin, zet een bakje neer waarin ze hun eigen fruit kunnen wassen, was de haren van de pop onder de douche of doe water in hun speelgoedtheepot zodat ze kunnen inschenken.
10. Water als categorie leren
Of het nu gaat om vervoer over water versus over land, landdieren versus waterdieren, of wateractiviteiten versus landactiviteiten: je kunt er tijdens het spelen over praten en dingen sorteren. Neem bijvoorbeeld speelgoeddieren mee in bad en bedenk welke dieren in het water mogen en welke op de rand moeten blijven . . . Bijvoorbeeld: "de kikker mag erin, want die kan zwemmen", enzovoort.
11. Waterthema: "Wat zit er in de tas?"
Print, teken of schrijf verschillende voorwerpen of begrippen rond water op losse papiertjes en stop ze in een tas. Trek om de beurt een briefje en omschrijf het voor de ander om te raden. Bijvoorbeeld een rivier . . . die stroomt snel, gaat van een berg af en stroomt onder een brug door. De zee . . . die is groot, zout en daar zwem je in op het strand. Een vijver . . . die is klein, stil, ligt in de tuin en er wonen kikkers in. Het bad . . . dat is klein, staat in huis, voelt warm aan en heeft schuim. Een waterval . . . die stroomt snel naar beneden vanaf een grote hoogte en vind je in de bergen of het oerwoud. Het zwembad . . . dat is groot, rechthoekig, binnen, en we zwemmen erin.
12. Bellen blazen
Maak er lekker een kliederboel van en heb plezier! Vul verschillende bakjes met water en blaas met een rietje in het water om bellen te maken. Probeer verschillende bakjes, verschillende hoeveelheden water en blaas hard of juist zacht, en praat over de verschillen die jullie zien. Voeg voor extra pret een druppeltje voedingskleurstof toe!
13. Trappen van vergelijking – bijv. warm, warmer, warmst; koud, kouder, koudst; diep, dieper, diepst
Verken trappen van vergelijking door samen met je kind verschillende soorten water te beschrijven en te vergelijken. Laat water van verschillende temperaturen stromen, vergelijk ijs met water, laat verschillende laagjes water in bad lopen en gebruik woorden als 'warmer' en 'warmst' om het water te omschrijven.
14. Fantasiespel
Spelen is een geweldig middel om taal uit te lokken. Gebruik water om het fantasiespel van je kind te stimuleren: doe alsof het water een toverdrankje is, lava uit een vulkaan, warme chocolademelk in hun café, dat ijsblokjes bijzondere diamanten zijn en dat het water uit de tuinslang het vuur van een draak is.
15. Sociale interactie – bijv. watergevechten, samen in bad, opblaasbadjes
Water is leuk! Dus leg de werkbladen aan de kant en wees creatief! Houd een watergevecht in de tuin, vul waterballonnen, ga zwemmen, maak samen een vijver . . . speel samen als gezin op een manier die zorgt voor verbinding en daardoor voor communicatie.

16. Zintuiglijk spel – ijs, gekleurd water
Ontdek verschillende temperaturen van water, voel aan ijs en kijk hoe het smelt, dobber in een kinderbadje en voeg kleurstof en glitters toe. Water is een geweldig zintuiglijk hulpmiddel voor je kind om even tot rust te komen of om nieuwe, interessante ideeën en taal te leren.
17. Delen
Water is heel fijn en praktisch om mee te oefenen. Gebruik water om het te hebben over delen, eerlijkheid en of iedereen evenveel of iets anders heeft, bijvoorbeeld als iedereen een beker heeft. Je kind kan oefenen met voor iedereen wat inschenken, terwijl jij woorden als 'hetzelfde' en 'verschillend' kunt voordoen aan de hand van het waterpeil in de bekers.
18. Miniatuurspel (small world play)
Gebruik water in het fantasiespel met miniaturen van je kind: maak een rivier waar de auto's doorheen kunnen rijden, een meer voor het legokasteel, een zwembad voor de Barbies of een drinkplaats voor de speelgoeddieren. Water brengt zulk speelgoed tot leven: figuren kunnen drinken, zwemmen, zich wassen, pootjebaden, enzovoort. Benoem en vertel wat er gebeurt terwijl je kind speelt.
19. Woorden uit de natuur en wetenschap – bijv. smelten, verdampen, koken, meer, regenval, H2O, hydratatie
Ontdek, onderzoek en praat over water in de wereld om ons heen. Ondersteun wetenschappelijke begrippen door samen boeken te ontdekken, op internet te zoeken en proefjes te doen.

20. Dagelijkse routines – bijv. handen wassen, tandenpoetsen, douchen, eten wassen
Water hoort bij onze dagelijkse routines. Geen tijd om activiteiten voor te bereiden? Geen zorgen! Praat gewoon over het water dat je kind tegenkomt tijdens de gewone routines en doe de bijbehorende woordenschat voor. Hebben ze het badwater liever warm of koud? Hoe kunnen ze het warmer of kouder maken als ze dat willen? Waar komt het water vandaan als je je handen wast? Hoe komt het in de kraan? Is water drinken gezond voor ons lijf? Wat betekent het eigenlijk als je dorst hebt?
Of het nu gaat om een kort gesprekje onder vier ogen in de badkamer voor het slapengaan of een spetterend watergevecht met het hele gezin: water is een eenvoudig, leuk en taalrijk onderwerp om samen te ontdekken! Probeer het gewoon uit, begin klein en veel plezier!
Door El Robertson