Wanneer moet ik me zorgen maken over de spraak van mijn kind?
Heeft je kind op deze leeftijd nog moeite met een paar klanken, maar kunnen onbekenden hem of haar goed verstaan? Dan ontwikkelt de spraak van je kind zich waarschijnlijk normaal.
Heeft je kind op deze leeftijd nog moeite met een paar klanken, maar kunnen onbekenden hem of haar goed verstaan? Dan ontwikkelt de spraak van je kind zich waarschijnlijk normaal.
In dit artikel
- Mijlpalen in de articulatie
- Fonologische processen
- Andere signalen van een achterstand in fonologisch bewustzijn
Logopedisten onderzoeken de spraakklanken (articulatie en fonologie) meestal pas als een kind drie jaar is. Dat komt doordat de mondspieren en de motorische planning dan nog in ontwikkeling zijn. Experts verwachten daarom pas rond drie jaar dat kinderen de meeste klanken kunnen uitspreken.
Mijlpalen in de articulatie
Het korte antwoord: rond drie jaar zou iedereen je kind moeten kunnen verstaan.
Kinderen leren spraakklanken stap voor stap. Omdat elk kind anders is en de ontwikkeling verschilt, is er een normale bandbreedte waarbinnen klanken worden verworven.
- Een tot twee jaar: P, M, B, T, D, N, W, H
- Twee tot drie jaar: K, G, F, J
- Drie tot vijf jaar: S, Z, L, V, SJ, TSJ, R
- Vijf tot zes jaar: medeklinkercombinaties met R
Beheerst je kind de bovenstaande klanken niet binnen de genoemde leeftijd? Neem dan contact op met een logopedist bij jou in de buurt voor een onderzoek naar de articulatie.
Hieronder vind je de klanken die het laatst ontwikkelen, met uitleg. Het gaat om:
- ‘R’ – Dit omvat medeklinkercombinaties met R (bijv. ‘groen’) en de R na een klinker (bijv. ‘door’, ‘paar’, ‘beer’, ‘vier’)
- Medeklinkercombinaties met R aan het eind van een lettergreep (bijv. kart en worm)
- Medeklinkercombinaties met R aan het begin (bijv. trein en drie)
- Medeklinkercombinaties met L (bijv. blauw en glijbaan)
- ‘S’ – Een laterale lisp (klinkt een beetje als Donald Duck!) hoort nooit bij de normale ontwikkeling. Logopedie is dan waarschijnlijk nodig, omdat je kind deze lisp niet vanzelf zal corrigeren. Laat je kind onderzoeken zodra je deze fout hoort. Een interdentale lisp (de tong van je kind komt naar voren, soms tussen de tanden door) kan vanzelf verdwijnen. Toch is het verstandig om rond drie jaar een onderzoek te laten doen, zodat ook het slikpatroon van je kind kan worden bekeken.

Heeft je kind op zesjarige leeftijd (groep 2) nog GEEN medeklinkercombinaties met L of de ‘R’? Neem dan contact op met een logopedist bij jou in de buurt voor een onderzoek naar de articulatie. Heeft je kind op zevenjarige leeftijd (groep 3) de ‘S’ nog niet onder de knie of zijn er nog moeilijke klankcombinaties? Neem dan ook contact op met een logopedist voor een onderzoek naar de articulatie. Articulatieproblemen betekenen dat een kind klanken niet goed kan maken door verkeerde bewegingen (van mond, tong, lippen enz.) en/of een verkeerde plaatsing.
Fonologische processen
Het lange antwoord: er bestaan verschillende soorten spraakklankstoornissen
Begrijpen jij (als ouder of verzorger), goede vrienden en familie veel van wat je driejarige zegt, maar mensen die je kind niet kennen niet? Dan kan dat reden tot zorg zijn. Als je de spraak van een kind na zijn derde nog heel moeilijk kunt verstaan, komt dat vaak door een spraakklankstoornis waarbij kinderen vaste patronen van klankvervangingen gebruiken, de zogeheten fonologische processen
(dit is iets anders en complexer dan een articulatiestoornis). Deze stoornis kan variëren van licht tot ernstig en moet rond drie jaar worden herkend en behandeld, om problemen met het fonologisch bewustzijn te verhelpen en te voorkomen.
Fonologisch bewustzijn geldt als de basis voor het leren lezen. Met een sterk fonologisch bewustzijn kan een kind de klanken in zijn taal herkennen en ermee spelen. Voorbeelden van deze vaardigheden zijn rijmen, lettergrepen tellen, klanken samenvoegen en splitsen, alliteratie (bijv. ‘Pieter pakt pittige pepers’) en meer. Anders dan bij een articulatiestoornis heeft een kind met een fonologische stoornis moeite met het leren en ordenen van spraakklanken. Het gehoor is prima in orde, maar het kind vindt het lastig om vergelijkbare klanken van elkaar te onderscheiden en ze correct uit te spreken. De drie meest voorkomende fonologische processen zijn:
- Fronting (bijv. Kat → Tat, Koek → Toek)
- Plosivering (bijv. Zee → Dee, Vis → Pis)
- Weglating van de slotmedeklinker (bijv. Hat → ha_, Pop → Po_)

Andere signalen van een achterstand in fonologisch bewustzijn
Peuters en kleuters kunnen moeite hebben met:
- Het leren van kinderversjes of rijmverhaaltjes, of tonen er weinig interesse in
- Lettergrepen tellen
- Herhaalde klanken of alliteratie herkennen
Schoolkinderen kunnen moeite hebben met:
- Een klank in een woord herkennen (bijv. “Welke klank hoor je als eerste in ‘kat’?”)
- Losse klanken samenvoegen om een woord te lezen
- Rijmwoorden bedenken
- Woorden die op elkaar lijken door elkaar halen (bijv. pak vs. bak).
Alle kinderen gebruiken fonologische processen terwijl hun spraak en taal zich ontwikkelen, maar rond drie jaar zouden de meeste processen niet meer hoorbaar moeten zijn. Wil je meer weten over de verwerving van spraakklanken, de verstaanbaarheid van kinderen, fonologische processen en meer, of wil je een consult boeken bij logopedist en Board Certified Behavior Analyst Martie Krol? Ga dan naar MiniMeManagement.com
Door Martie Krol