Weinig imitatie bij je kind: wanneer moet je je zorgen maken?
De taalontwikkeling verschilt sterk van kind tot kind, en de manier waarop kinderen de fasen van de spraakontwikkeling doorlopen, kan heel verschillend zijn.
De taalontwikkeling verschilt sterk van kind tot kind, en de manier waarop kinderen de fasen van de spraakontwikkeling doorlopen, kan heel verschillend zijn.
Ik zie dat verschil zelf bij mijn eigen twee kinderen. Nora, die drie jaar is, leek al vanaf de geboorte te brabbelen. Dat meisje hield gewoon niet op met geluidjes maken. Mijn zoon, die 10 maanden is, begon eigenlijk pas rond 7 maanden echt te brabbelen.
Ook al lopen de vaardigheden sterk uiteen, er is wel een typisch patroon in het leren dat we graag zien.
Doet je kind geluiden na?
Imitatie is een van de eerste tekenen dat kinderen de spraakklanken leren die nodig zijn om woorden te vormen, en het is een belangrijk onderdeel van de taalontwikkeling. Als logopedist vraag ik ouders onder andere: ‘Doet je kind dierengeluiden, gebaren of andere geluiden na die jij maakt?’

Typische periodes en fasen van de spraakontwikkeling
- Van 1 tot 3 maanden huilen en kirren baby’s;
- Van 4 tot 6 maanden zuchten, knorren, gorgelen, gillen en lachen baby’s, en maken ze verschillende huilgeluiden;
- Tussen 6 en 9 maanden brabbelen baby’s in lettergrepen en beginnen ze toonhoogtes en spraakklanken na te doen;
- Rond 12 maanden verschijnen meestal de eerste woordjes van een baby, en tussen 18 maanden en 2 jaar gebruiken kinderen zo’n 50 woorden en beginnen ze twee woorden te combineren tot korte zinnetjes;
- Van 2 tot 3 jaar worden zinnen langer, tot 4 à 5 woorden. Kinderen herkennen en benoemen bijna alle alledaagse voorwerpen en plaatjes, en gebruiken voornaamwoorden (ik, mij, hij, zij) en enkele meervouden. Onbekenden kunnen de meeste woorden verstaan;
- Van 3 tot 5 jaar worden gesprekken langer, abstracter en complexer;
- Rond hun vijfde hebben kinderen meestal een woordenschat van 2.500 woorden en praten ze in volledige, grammaticaal correcte zinnen. Ze stellen veel ‘waarom?’-, ‘wat?’- en ‘wie?’-vragen.
Rond 18 maanden verwachten we dat kinderen al wat woorden nadoen. Ze herhalen woorden of klanken die ze jou horen zeggen, zoals het laatste woord van een zin. Maar vaak laten ze het begin of einde van een woord weg. Ze zeggen bijvoorbeeld ‘hon’ voor ‘hond’ of ‘nanaan’ voor ‘banaan’.
Vroeg ingrijpen is essentieel
Op basis van de informatie in de bovenstaande vraag zou ik aanraden om met een logopedist te praten.
Ook al gebaart het kind, maakt het dierengeluiden en kent het gebaren uit gebarentaal, we willen zeker weten dat het woorden gebruikt met een ‘communicatieve bedoeling’. Dat betekent: als je kind zich pijn doet, kan het dat dan laten weten? Als het honger heeft, kan het je dat vertellen? Dat zorgt later voor minder frustratie.
Houd er rekening mee dat andere onderliggende diagnoses bepaalde mijlpalen kunnen vertragen!
Kinderen met het syndroom van Down of autisme bereiken de gebruikelijke spraak- en taalmijlpalen bijvoorbeeld niet op het moment dat dat ‘zou moeten’. Leren door imitatie hoort ook bij dat deel van de ontwikkeling. Het beste wat je kunt doen, is contact opnemen met een logopedist en je zorgen over de spraakontwikkeling bespreken met de kinderarts!
Door Stacie Bennett