Kunnen kinderen met autisme verbale dyspraxie hebben?

Om meteen met de deur in huis te vallen: je kind kan zowel de diagnose autisme als verbale dyspraxie tegelijkertijd hebben. Kunnen beide aandoeningen ook los van elkaar voorkomen? Zeker. Uit onderzoek blijkt echter...

Autisme of verbale dyspraxie

Om meteen met de deur in huis te vallen: je kind kan zowel de diagnose autisme als verbale dyspraxie tegelijkertijd hebben. Kunnen beide aandoeningen ook los van elkaar voorkomen? Zeker. Uit onderzoek blijkt echter dat kinderen in het autismespectrum een verhoogd risico hebben om daarnaast verbale dyspraxie te hebben. 

Verbale dyspraxie is een relatief zeldzame aandoening, maar komt voor bij ongeveer 65% van de kinderen met autisme (Autism Speaks). Deze bevinding benadrukt dat het belangrijk is om kinderen met de ene diagnose ook te laten onderzoeken op de andere. Dit geldt vooral als je kind weinig vooruitgang boekt met zijn of haar communicatiedoelen. 

Verbale dyspraxie herkennen

Wat is het precies? En hoe weet je of je kind verbale dyspraxie heeft? Kinderen met dyspraxie hebben moeite met het coördineren van hun tong, lippen, mond en kaak om duidelijke en consistente spraakklanken te maken. Elke keer dat ze een woord zeggen, kan het dus weer anders klinken.

https://www.youtube.com/watch?v=x15nL_MicOw

Bekijk deze video voor meer inzicht in verbale ontwikkelingsdyspraxie (CAS)

Door die wisselende uitspraak kan het zelfs voor ouders – die de unieke manier van praten van hun kind juist zo goed kennen – lastig zijn om hun kind te begrijpen. Voor minder bekende mensen, zoals een medewerker in de supermarkt of de leerkracht, is het dan nóg moeilijker om te begrijpen wat je kind probeert te zeggen. 

Zelfs voor specialisten kan het een uitdaging zijn om te achterhalen waarom een kind moeite heeft met praten. Deze uitdaging wordt nog groter als er ook sprake is van een ontwikkelingsstoornis zoals autisme, wat op zichzelf al communicatie-uitdagingen met zich meebrengt. Het verbaast me dan ook niet dat de zorgverlener in kwestie niet zeker wist welke aandoening de communicatieproblemen veroorzaakte. 

Als je vragen of zorgen hebt, is het heel belangrijk om een onderzoek te laten doen door een logopedist. Logopedisten zijn getraind om de belangrijkste signalen van elke stoornis te herkennen en zo te ontdekken wat het onderliggende probleem is. Ook kunnen zij een persoonlijk behandelplan opstellen dat specifiek is afgestemd op de doelen van jouw kind.

Wat kun je verwachten van het logopedisch onderzoek?

Zoals ik al eerder noemde, let een logopedist op bepaalde signalen om verbale dyspraxie te onderscheiden van andere communicatiestoornissen. Hierbij wordt onder andere gelet op:

    Tijdens het onderzoek beoordeelt de logopedist ook de mondmotoriek en mondbewegingen van je kind. Hierbij wordt gekeken naar de bewegingen van de kaak, lippen en tong. De logopedist kan je kind vragen om te slikken, de tong te bewegen, de lippen te tuiten, te glimlachen of aan een lolly te likken, om zo de spiercoördinatie te controleren.

    Een uitgebreid onderzoek omvat ook het testen van het gehoor van het kind, de verbale en non-verbale communicatieve vaardigheden en het vermogen om instructies na te doen en op te volgen. De resultaten van deze onderzoeken bieden waardevolle handvatten voor het opstellen van het behandelplan voor jouw kind.

    7 spraakactiviteiten voor thuis

    Hoewel de logopedist de belangrijkste behandelaar is, is het ook heel belangrijk dat jullie thuis en in het dagelijks leven aan deze vaardigheden blijven werken. 

    2. Gebruik alledaagse voorwerpen om je stem te vervormen of te versterken, zodat je de aandacht van je kind trekt.

    Praat bijvoorbeeld eens door een lege keukenrol of gebruik een app die je stem vervormt. Kijk of je kind hierop reageert of een geluidje terugmaakt. Moedig elke poging aan. Elkaar over en weer nadoen is hierbij het doel.

    4. Maak je woorden lekker expressief!

    Leg extra nadruk op klanken aan het begin of aan het einde van woorden. Ook hier is het doel dat je kind oplet en je probeert na te doen.

    6. Herhaal belangrijke kernwoorden regelmatig in een korte zin of activiteit.

    Doe dit terwijl je samen op een leuke manier bezig bent. Als je bijvoorbeeld bellenblaast, gebruik en benadruk dan kernwoorden als 'bel', 'blazen' en 'plop'.

    Focus elke dag op dezelfde woorden bij dezelfde activiteit. Houd de woorden eenvoudig en de zinnen kort. Wacht even met het herhalen van de actie of het geven van het voorwerp, zodat je kind de kans krijgt om het woord na te zeggen.

    7. Stimuleer het nadoen met liedjes.

    Bij veel liedjes horen leuke gebaren en bewegingen. Denk aan 'Klap eens in je handjes', 'De wielen van de bus' of 'Iniminie spinnetje'. Muziek boeit kinderen op een speciale manier, waardoor ze extra goed letten op jouw mond en je bewegingen.

    Terug naar alle artikelen