Tips voor de spraakontwikkeling bij een tweeling met spraakachterstand
Het lijkt er echter op dat deze taal eigenlijk bestaat uit het nadoen van elkaars nog onvolgroeide taalvaardigheden. "Tweelingentaal", vaak 'idioglossie' of 'autonome taal' genoemd, is een goed gedocumenteerd...
Het lijkt er echter op dat deze taal eigenlijk bestaat uit het nadoen van elkaars nog onvolgroeide taalvaardigheden. "Tweelingentaal", vaak 'idioglossie' of 'autonome taal' genoemd, is een goed gedocumenteerd fenomeen bij tweelingen. Uit een onderzoek bleek dat tweelingentaal voorkomt bij 40 procent van de tweelingparen (Lewis & Thompson, 1992).
Hebben tweelingen een grotere kans op een spraak-achterstand?
Onderzoeken tonen aan dat tweelingen vaker een achterstand in hun spraak- en taalvaardigheden laten zien, waarbij jongens doorgaans een zes maanden grotere vertraging hebben dan meisjes (Lewis & Thompson, 1992). Onderzoeken laten echter ook zien dat tweelingen hun spraak- en taalontwikkeling rond de leeftijd van drie tot vier jaar meestal weer hebben ingehaald (Lewis & Thompson, 1992). Een taalachterstand wordt doorgaans gekenmerkt door minder ontwikkelde verbale vaardigheden, kortere uitingen en over het algemeen minder verbale pogingen.
Er zijn verschillende mogelijke oorzaken voor een spraak- en taalachterstand bij tweelingen, waaronder specifieke perinatale en omgevingsfactoren. Vroeggeboorte en een laag geboortegewicht komen bijvoorbeeld vaker voor bij tweelingen dan bij eenlingen (Bowen, 1999). Bovendien krijgen tweelingen soms minder één-op-één interactietijd met hun ouder of verzorger, omdat beide baby's om aandacht en zorg vragen.
Hoewel het gebruikelijker is dat tweelingen een achterstand hebben in hun taalontwikkeling, schuilt er een risico in de aanname dat ze dit vanzelf wel inhalen.
Tweelingen met een daadwerkelijke spraak-taalstoornis halen dit misschien niet vanzelf in en hebben veel baat bij gerichte ondersteuning.
Maak je je zorgen over de spraak- en taalontwikkeling van je tweeling? Dan kun je het beste advies vragen aan een erkende logopedist.
Tips voor een tweeling
Grijp kansen voor één-op-één interactie met elk kind
Directe interactie van gezicht tot gezicht is misschien wel het meest waardevolle wat je kunt bieden. Zoek zoveel mogelijk momenten om met elk kind apart bezig te zijn. Als er bijvoorbeeld twee ouders in de buurt zijn, kan de ene ouder een boekje lezen met het ene kind, terwijl de andere ouder met het andere kind speelt. Of maak een speciaal momentje om samen een boekje te lezen of een boodschap te doen.
Reageer individueel op de communicatieve pogingen van elk kind
Reageer in de babytijd op de gezichtsuitdrukkingen, geluidjes en het gebrabbel van je tweeling en doe ze na. Maak oogcontact terwijl je de geluidjes van elk kind nadoet. Probeer zoveel mogelijk op elk kind individueel te reageren. Stelt de een een vraag? Geef dan direct aan hem of haar antwoord. Doet een van de twee wat je vraagt? Geef dan gerichte feedback (bijv. "Wauw Daan! Wat knap dat je je schoenen hebt aangedaan!").
Benoem wat er om jullie heen gebeurt
Dit is een tip die ik ook geef aan gezinnen met één kind! Gebruik eenvoudige taal om handelingen en gebeurtenissen te beschrijven terwijl ze plaatsvinden. Richt je woorden specifiek tot ieder kind apart (bijv. "Sam, jij doet je schoenen aan!" en "Daan, jij legt je speelgoed in de bak.").
Stimuleer luisteren en op je beurt wachten tijdens een gesprekje
Moedig beide kinderen aan om te luisteren als de ander praat, en geef de ander de ruimte om zijn of haar gedachte af te maken (bijv. "Sam is nu aan de beurt om te praten. Daan, jij mag nu even luisteren. Hierna ben jij weer aan de beurt.").
Lees samen een boekje
Kies boekjes met grote, aantrekkelijke plaatjes die niet te druk zijn. Wijs verschillende plaatjes aan en benoem ze (bijv. "Bal!" of "Koe! De koe zegt boe!"). Vraag aan elk kind: "Wat is dit?" en moedig ze aan om plaatjes te benoemen. Jonge kinderen kunnen hun aandacht er soms nog niet zo lang bij houden, en dat is helemaal prima! Volg het tempo van je kind en voel je niet verplicht om een heel boekje uit te lezen. Richt je er liever op om samen lezen leuk en gezellig te houden, en geniet van de paar bladzijden die jullie samen bekijken.
Moedig je tweeling aan om verschillende klinkers en klanken te maken
Speel tijdens de babytijd met klanken en combineer verschillende geluiden met grappige bewegingen (bijv. "oe", "ie", "da", "ba" of "ma"). Gooi bijvoorbeeld een toren van blokken om en roep "o-oh!", of maak geluiden na tijdens het spelen (bijv. "de auto zegt toet-toet!" of "de koe zegt boe!"). Moedig elk kind aan om verschillende klanken na te bootsen terwijl ze op ontdekkingstocht zijn en spelen.
Gebruik gebaren bij je woorden om de betekenis te verduidelijken
Wil je kindje bijvoorbeeld opgetild worden? Steek je armen dan hoog in de lucht en zeg: "Op!", of zwaai met je hand terwijl je zegt: "Dag-dag!" Wijs naar voorwerpen terwijl je ze benoemt (bijv. "bal!" of "melk!").
Moedig je tweeling aan om jouw bewegingen na te doen
Doe klap- en vingerversjes zoals "De spin Wiedewiedewiet", "De wielen van de bus" en "Klap eens in je handjes". Je kunt ook kiekeboe spelen, in je handen klappen of handkusjes toeblazen. Voor je het weet beginnen je kleintjes gezellig mee te praten!
Door Stacie Bennett