‘Babytaal’: nuttig of juist een belemmering?
De reden voor dit debat, en al het lopende onderzoek, is dat spraak en taal cruciale vaardigheden zijn die kinderen al vanaf de babytijd beginnen te leren. Het is uitgebreid aangetoond dat vroege spraak- en...
De reden voor dit debat, en al het lopende onderzoek, is dat spraak en taal cruciale vaardigheden zijn die kinderen al vanaf de babytijd beginnen te leren. Het is uitgebreid aangetoond dat vroege spraak- en taalvaardigheden samenhangen met een succesvolle ontwikkeling van lezen, schrijven en sociale vaardigheden op latere leeftijd, dus het belang ervan kan echt niet worden onderschat.
Hopelijk werpt dit artikel wat licht op het onderwerp, geeft het je praktische stappen om de spraak- en taalontwikkeling van je baby te stimuleren en stelt het je bovendien gerust.
Wat is babytaal?
Babytaal bestaat uit eenvoudige klanken in een reeks schattige, brabbelende onzin, waarvan veel ouders ten onrechte denken dat het de beste manier is om hun kind aan het praten te krijgen. Zorgprofessionals, onderwijzers en onderzoekers denken daar echter heel anders over.
Babytaal kan zeker brabbelen en de eerste communicatie ondersteunen, wat cruciaal is voor de spraak- en taalontwikkeling van je kind, maar het helpt je baby later niet wanneer je hun mogelijkheden optimaal wilt benutten.

Dit betekent dat babytaal in alle culturen voorkomt en bijna niet te vermijden is, maar dat er een verschil is tussen op een helpende manier tegen je baby praten en babytaal op een niet-helpende manier gebruiken. Beide hebben elk op een andere manier invloed op je baby en hun ontwikkeling.
Op een manier tegen je baby praten die de spraak- en taalontwikkeling van je kind helpt, heet 'ouderspraak' (in het Engels 'Parentese').
Je gebruikt ouderspraak goed als je:
- je stem hoger maakt
- je intonatie aanpast om de aandacht van je kind te trekken
- nadoet, gezichtsuitdrukkingen en gebaren gebruikt en glimlacht
- langzaam praat en woorden duidelijk van elkaar scheidt
- eenvoudige woorden en korte zinnen gebruikt
- klinkers langer aanhoudt
- je emoties sterker laat zien
- woorden en zinnetjes herhaalt
Ouderspraak is goed!
Omdat ouderspraak langzame, overdreven klanken gebruikt, houdt het de aandacht van je baby vast en krijgen ze aanwijzingen over hoe ze zinnen kunnen ontcijferen, terwijl hun woordenschat groeit.
Sommige vormen van ouderspraak, zoals praten met een zangerige stem, geven de spraak- en taalontwikkeling van je kind een boost, omdat baby’s het verschil tussen medeklinkers en klinkers beter horen als die duidelijker klinken. Onderzoek heeft zelfs aangetoond dat baby’s van ouders die deze techniek toepasten op tweejarige leeftijd een grotere woordenschat hadden dan baby’s van ouders die dat niet deden.
https://www.youtube.com/watch?v=_7XtROS_Rpg&feature=youtu.be
Katherine White, hoogleraar ontwikkelingspsychologie, legt uit dat het voor een baby luisteren naar volwassenen die tegen en om hen heen praten vergelijkbaar is met hoe wij ons zouden voelen in een ruimte waar mensen een taal spreken die we niet kennen. Het is dus lastig voor baby’s en jonge kinderen om te horen waar het ene woord eindigt en het volgende begint. Daardoor kunnen ze woorden makkelijker herkennen als hun ouders ouderspraak gebruiken.
Let op: wat ouderspraak anders maakt dan babytaal, is dat het niet beperkt blijft tot alleen klanken. Als je ouderspraak goed gebruikt, spreek je met correcte grammatica en zinsbouw, zodat je kind context leert en verbanden legt tussen woorden en begrippen. Dit versterkt hun taalvaardigheden én hun spraakvaardigheden.
Babytaal is slecht!
Onderzoek heeft aangetoond dat een van de belangrijkste redenen waarom ouders babytaal gebruiken, is om de aandacht van hun baby te trekken en vast te houden, en niet zozeer om bewust spraak en taal aan te leren. Babytaal op deze manier gebruiken is niet per se slecht, want de aandacht van je kind hebben is nodig om te kunnen leren. Alleen deze methode gebruiken is echter vaak nadelig, omdat ouders meestal schattige onzinwoordjes gebruiken die niet bijdragen aan de ontwikkeling van woordenschat en taal.
Onzinwoorden verzinnen en nepnamen voor dingen gebruiken (bijvoorbeeld ‘slurp-slurp’ voor een beker en voor drinken) kan de taalontwikkeling belemmeren en zelfs het leren van je baby vertragen. Zo moet je baby namelijk naast het onzinwoord (slurp-slurp) ook het juiste woord (beker) leren, en uitzoeken welk van de twee beter past.
Uiteindelijk heeft een kind niets aan afgekapte woorden of woorden die zijn verzonnen op basis van het geluid dat iets maakt. Babytaal is dus in het begin nuttig als je baby nog heel jong is, maar het kan hun ontwikkeling negatief beïnvloeden als je het blijft gebruiken naarmate je baby ouder wordt. Kinderen hebben voor hun ontwikkeling steeds rijkere spraak en taal nodig naarmate ze ouder worden, en babytaal die spraak en taal versimpelt, kan die ontwikkeling vertragen.
Kortom: het is prima om je toon en gezichtsuitdrukkingen aan te passen om de aandacht van je baby te trekken, maar gebruik wel echte woorden en zinnen (ouderspraak) als je tegen je baby praat, zodat je een goed voorbeeld bent voor spraak en taal. Hoe kan je kind immers goede spraak en taal leren als jij die niet aanbiedt?
Wat kun je dus doen?

Het komt erop neer dat je regelmatig één-op-één gesprekjes met je kind voert waarin kwaliteit belangrijker is dan kwantiteit:
- Zorg bij ouderspraak dat je spraak overdreven is, met meer variatie en toonhoogte, maar gebruik geen onzinwoorden. Deze techniek heeft als extra voordeel dat je baby het om-de-beurt-principe van een gesprek leert. Dat kun je verder ontwikkelen door je baby na te doen en zo goed mogelijk op hen te reageren, ook als je niet precies begrijpt wat ze zeggen.
- Uit onderzoek van Stanford University blijkt dat praten in langere, gevarieerdere zinnen ook de taalvaardigheid van je baby kan stimuleren. Gebruik daarom zoveel mogelijk correcte grammatica en probeer gesprekjes in volledige zinnen met je baby te voeren – ook als je weet dat ze je nog helemaal niet begrijpen!
- Glimlach vaak naar je baby, vooral als ze koeren, gorgelen of proberen te praten – je glimlach moedigt ze aan om het te blijven proberen! Kijk ze aan tijdens deze communicatiepogingen en probeer je niet te laten afleiden door andere dingen om je heen. Glimlachen en gezichtsuitdrukkingen spiegelen versterken de communicatie en laten je baby zien hoe belangrijk die is.
- Onthoud dat gebaren een van de vele manieren zijn waarop baby’s proberen te communiceren, dus doe gerust de gebaren van je baby na terwijl je tegen ze praat. Je kunt ook eenvoudige woorden zoals ‘mama’ en ‘fles’ vaak en duidelijk herhalen, zodat je kind vertrouwde woorden hoort en die aan hun betekenis gaat koppelen.
- Stimuleer de luistervaardigheid van je baby door de hele dag door veel tegen ze te praten en te vertellen wat jullie samen doen. Vertel je baby bijvoorbeeld wat er gebeurt terwijl je ze voedt, aankleedt en in bad doet, zodat ze deze woorden en taalklanken gaan koppelen aan alledaagse voorwerpen en activiteiten.
- Het is nooit te vroeg om je baby voor te lezen, want voorlezen stimuleert het zich ontwikkelende brein. Zelfs rustgevende muziek met eenvoudige teksten is een mooie manier om luisteren, woordenschat en taalontwikkeling te ondersteunen.
- Blijf naarmate je baby ouder wordt één-op-één met ze bezig, zodat je actief aan hun communicatie werkt. Gebruik daarnaast verschillende woorden voor hetzelfde ding, en ook verschillende soorten woorden en langere zinnen, om hun woordenschat uit te breiden.
Alles bij elkaar lijkt er meer bewijs te zijn vóór ouderspraak en minder vóór babytaal.
Ouderspraak helpt kinderen spraak en taal te leren, en door goede ouderspraak te gebruiken laat je je baby zien hoe belangrijk spraak en taal zijn. Deze positieve bekrachtiging moedigt ze aan om mee te doen aan de wisselwerking die essentieel is voor het leren van spraak en taal en voor de communicatieve ontwikkeling als geheel.
Door Natalie Barnes